De nummerplaat

Hoe het begon: 1898 - 1950.

Vooraf

Rijksnummerbewijs

Op 20 februari 1898 werd in Nederland het rijksnummerbewijs ingevoerd. Mechanisch voortbewogen voertuigen van meer dan 150 kg die gebruik maakten van rijkswegen moesten aan de voorzijde voorzien zijn van hun vergunningnummer. De nummerplaat was geboren. Men had de keuze uit zwart op wit of wit op zwart. Deze regeling gold tot 15 januari 1906. Het laatst uitgegeven volgnummer was 2065. (1)

9

99

999

9999

9

99

999

9999

Provinciaal nummerbewijs

Na 15 januari 1906 werd het provinciaal nummerbewijs ingevoerd. Deze bewijzen waren persoonsgebonden. (2) Elke provincie kreeg zijn eigen beginletter. Wit op donkerblauw (of korenblauw, dat is niet helemaal duidelijk) werd de nieuwe norm; de provincieletter gevolgd door maximaal 5 cijfers.

Zodra het getal 99999 bereikt was, werd een Z aan de provincieletter toegevoegd en begon het systeem weer bij 1 (bijvoorbeeld G-99999 => GZ-1). Alleen de provincies Noord- en Zuid-Holland hadden dusdanig veel inschrijvingen dat er dubbele letters noodzakelijk waren. Nadat ook de Z-reeks 99999 bereikt had werd er een X gebruikt en voor de derde keer vanaf 1 begonnen.

Van een aantal platen is ook een foto beschikbaar. Klik daarvoor op een kentekenplaat in het onderstaande overzicht.

X-9

X-99

X-999

X-9999

X-99999

Voor de provincies Noord- en Zuid-Holland tevens:

XX-9

XX-99

XX-999

XX-9999

XX-99999

De provincieletters waren als volgt:

Het hoogst afgegeven nummerbewijs was in:

*) Er zijn tevens gevallen bekend waarin R-nummers werden afgegeven aan (repatriërende) Nederlanders zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Militair

Nederlandse militaire voertuigen hadden net als andere voertuigen een provinciale plaat. In verband met de mobilisatie werd in 1938 een eigen plaat ingevoerd. Bij de nieuwe nummering, die per 15 september 1938 werd ingevoerd, kregen de militaire motorvoertuigen oranje nummerborden met zwarte cijfers en soms een Romeins teken. De cijfers waren een volgnummer. Motorfietsen hadden daarbij de letter M. (3)

9999

M-9999

III-999

III-M-999

   

III-9999

III-M-9999

Het Romeinse cijfer gaf aan tot welk legeronderdeel het voertuig behoorde:

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de bezetting van Nederland werden door de bezetter tussen 1940 en 1943 nummerborden met OD (OpbouwDienst of OrdeDienst, niet helemaal duidelijk) en AD (ArbeidsDienst) uitgegeven. Blauw met witte tekens.

Periode 1945-1953

Na WO2 bestonden er tussen 1945 en 1947 ook nummerborden met DvO gevolgd door maximaal 3 cijfers (Departement van Oorlog) en MvO gevolgd door maximaal 5 cijfers (Ministerie van Oorlog). Het precieze uitgiftesysteem is onbekend.

Vanaf 1945 tot begin 1953 beschikte het Commando Luchtstrijdkrachten over eigen registratienummers beginnend met LSK gevolgd door een scheidingsstreepje en 4 cijfers.

Opvolging

In 1951 werd het landelijke sidecode-systeem ingevoerd.

Bronnen, referenties en voetnoten

To top