Export (uitvoer) & transit (doorvoer)

Kentekenplaten voor uitvoer en doorvervoer.

Toepassing

De op deze pagina genoemde kentekenseries zijn alleen van toepassing op voertuigen die zelfstandig gebruikmaken van de openbare weg in Nederland, in het kader van uitvoer (export) of doorvoer (transit). Voertuigen vervoerd op aanhangwagens, opleggers en trailers hoeven niet gekentekend te zijn.

De platen door de tijd heen

Vanaf 03-01-1951 t/m 1993

Van deze periode is onbekend of er exportkentekens bestonden en indien wel, hoe het systeem opgezet was. Wel bekend is dat Z-kentekens waarschijnlijk geïntroduceerd werden in 1958, maar het is momenteel nog niet duidelijk voor welke doeleinden.

Nadere informatie over deze tijdsperiode is altijd welkom!

Vanaf 1994 t/m 31-12-2006

Het zevendaags kentekenbewijs was bedoeld om niet-Nederlands gekentekende voertuigen binnen Nederland te kunnen vervoeren in verband met import of export en daarom alleen in Nederland geldig. Omdat het een puur binnenlandse aangelegenheid betrof was het document (in het geval van export) dus nooit bedoeld om als basis te dienen voor (her)registratie/ (her)toelating van een voertuig in een ander land. (12)

Ondanks die beperkingen werd het destijds door exporteurs ook wederrechtelijk gebruikt als doorvoerkenteken wegens gebrek aan passende alternatieven. (14) Dat leidde in het internationale verkeer vaak tot staandehoudingen door buitenlandse autoriteiten en soms inbeslagnames van voertuig, kentekenbewijs en platen. Met name Duitsland wees het Z-kentekenbewijs op alle fronten af omdat het onvoldoende duidelijk maakte wie de eigenaar van het voertuig was. Bijvoorbeeld in de jacht op gestolen auto's (en doorvoer daarvan door Duitsland heen naar het Oostblok) ontstonden er dus grote problemen.

Na aandringen van de Nederlandse regering accepteerde Duitsland het Z-kenteken vanaf 20 oktober 2006 om de vervoersproblemen met export van gebruikte voertuigen over de weg naar Oost-Europa tijdelijk op te lossen. (6) Er was op dat moment namelijk al een opvolger in de maak die een wereldwijd geaccepteerde oplossing zou bieden: het transitokenteken.

Vanaf 01-01-2007 t/m 31-12-2013

Het doorvoerkenteken werd ingevoerd als vervanger van het zevendaagse kentekenbewijs dat in het internationale verkeer grote problemen kende. Het is bedoeld voor vervoer over de weg van het ene naar het andere land door Nederland heen van voertuigen die geen Nederlands kenteken (gehad) hebben. Vaak zijn dit voertuigen die afkomstig zijn uit het buitenland en vanuit Nederland naar een ander buitenland worden gereden. Ook nieuwe voertuigen komen in aanmerking. (4)(5) Het kentekenbewijs is 14 dagen geldig in de hele wereld. De platen mogen zelfgemaakt zijn en een zwart kader is niet noodzakelijk. Voertuigen hoeven geen geldige APK te hebben, maar worden door de RDW wel gekeurd op veilige technische staat aan de zogenaamde permanente eisen. (16)

Op 10 januari 2007 reikte de RDW het eerste transitokenteken uit. Het nummer was 9NB-010. (7)

In deze periode werden zowel het transitokenteken als het exportkenteken op exact dezelfde manier gecodeerd. Aan de kentekenplaat was niet te zien om welk type kentekenbewijs het ging. (15)

Vanaf 01-01-2014 t/m heden:

Voor het uitvoerkenteken wordt de letter/cijfer-combinatie overgenomen van het eerder gevoerde Nederlandse kenteken. Geldigheid is 14 dagen, maar niet langer dan de APK van het voertuig geldig is. (1)(13) De platen mogen zelfgemaakt zijn en hoeven geen zwart kader te hebben. Streepjes worden vaak achterwege gelaten en die plaats soms opgevuld met export- en/of verzekeringsstickers.

Saillant detail: als het voertuig zich bij aanmelding voor uitvoer nog in Nederland bevindt moeten de officiële kentekenplaten ingeleverd worden bij de exportdienstverlener ter vernietiging. Als het voertuig zich al in het buitenland bevindt hoeft dit niet en moet de eigenaar zelf zorgdragen voor vernietiging. Hier loopt het GAIK-systeem van gecontroleerde inname dus mank. (2)

Gecodeerde kentekens

Dit type kenteken bestaat altijd uit 1 cijfer gevolgd door 2 letters en een streepje, met daarachter een combinatie van 3 cijfers en/of letters. Het geheel betreft een codering van afgiftedatum en volgnummer.

Code-kentekens

9XX-999

Voorbeeld
(lijkt op sidecode 13)

9XX-X99

Voorbeeld
(lijkt op sidecode 8)

9XX-9X9

Voorbeeld

Elke positie in het kenteken heeft een specifieke betekenis:

Om het volgnummer te bepalen is de juiste afleesvolgorde van de posities: 5, 6, 1. Codekenteken 5xx-x14 betreft dus volgnummer 145.

Posities 2 (jaar) en 3 (maand) worden altijd versleuteld tot een letter. Zo duidt een B op positie 2 bijvoorbeeld een jaartal eindigend op een nul aan en een P op positie 3 de maand september.

Posities 4 t/m 6 kunnen een cijfer zijn, of indien het getal "te groot" wordt om af te kunnen met enkele cijfers, ook versleuteld worden tot een letter. Zo wordt het 234e kenteken van 8 september 2020 op de plaat weergegeven als 4BP-823. Het 2034e kenteken van diezelfde dag wordt gecodeerd tot: 4BP-8M3.

Dit systeem kan elke dag maximaal 9299 unieke kentekens genereren. Op de bovenstaande datum wordt het allerlaatste kenteken weergegeven als: 9BP-8ZX. "BP8" is de code voor de datum en "9ZX" die van volgnummer 9299. Op 31 december 2020 is dit: 9BV-ZZX.

Zoals eerder al vermeld duidt de letter op positie 2 het laatste cijfer aan van het jaartal waarin het kenteken is afgegeven. Daarvoor worden 10 letters gebruikt (B = 0, D, F, G, H, J, M, N, P en R = 9). Dat houdt in dat het systeem van codekentekens elke 10 jaar een nieuwe start maakt. Zo is bijvoorbeeld het 1e codekenteken van 1 januari 2000 dus gelijk aan die van 2010, 2020, 2030, enzovoort; allen 1BB-100.

Omdat de gehele codering een ingewikkeld systeem is, heeft Kentekenkennis TRADE ontwikkeld. Een online tool om informatie verborgen in transitokentekens en oude exportplaten eenvoudig te decoderen.

Aanpassing van de codering

Sinds de introductie in 1994 is de manier van coderen slechts eenmaal aangepast.

In het begin maakte de letter O deel uit van de versleuteling. Deze werd al snel vervangen door de toen nog ongebruikte letter Q omdat de O in de praktijk teveel leek op het cijfer 0. Beide tekens waren in het officiële kentekenlettertype van 1978 namelijk nauwelijks van elkaar te onderscheiden*. Omdat letters en cijfers in codekentekens niet altijd gescheiden worden door een streepje gaf dat leesproblemen. Bijvoorbeeld bij kentekens als 1BP-0O0. Vanaf 1 oktober 1994 werd de O definitief vervangen door Q.

*) Voorbeeld op een ander type kentekenplaat uit dezelfde periode.

"Botsing" met sidecode 8 en 13

Vanwege de opbouw zouden codekentekens deels kunnen samenvallen met reguliere kentekens in sidecode 8 en 13. Een voorbeeld is 1GB-B00 (codekenteken) en 1-GBB-00 (regulier kenteken personenauto, sidecode 8). Omdat scheidingsstreepjes geen deel uitmaken van het kenteken zijn beide combinaties dus identiek: 1GBB00. Beide zouden, elk op hun eigen gebied, een geldig nummer kunnen zijn.

In sidecode 8 zijn om die reden voor reguliere kentekens vele beginletters overgeslagen: er mochten geen kentekens met een "dubbele" betekenis kunnen ontstaan. Zo werden alleen K, S, T, V, X en Z uitgegeven. Alle andere, normaal wel gebruikte beginletters (met uitzondering van L), waren al in gebruik om de maand van afgifte mee te coderen in codekentekens.

In sidecode 13 doet zich dezelfde situatie voor. Een voorbeeld hier is 1GB-000 (codekenteken) versus 1-GB-000 (regulier kenteken personenwagen). Het ligt in de lijn der verwachting dat het eerste kenteken voor personenauto's daarom KB zal zijn, gevolg door SB, TB en zo verder.

Bekijk ook de kentekentool TRADE welke codekentekens eenvoudig decodeert.

Stickers

Witte kentekenplaten voor export- en transitodoeleinden worden door de exporteur vaak voorzien van een sticker. De platen krijgen hiermee een officiëlere uitstraling; voornamelijk om problemen met buitenlandse autoriteiten te voorkomen. Strikt genomen is het voor de Nederlandse weg niet nodig.

Registratie versus kentekenbewijs

Voor voertuigen is er een verschil tussen het hebben van een Nederlandse registratie of een Nederlands kentekenbewijs.

Doorvoer (transit) is van toepassing op voertuigen die nooit een Nederlands kentekenbewijs hebben gehad. Het doorvoerkenteken houdt echter wel een registratie in Nederland in; namelijk het vastleggen bij de RDW van het doorvoerkenteken voor dat voertuig.

Uitvoer (export) is van toepassing op voertuigen die wel een Nederlands kentekenbewijs hebben of gehad hebben.

Bronnen, referenties en voetnoten

To top